Column: De omgekeerde cultuurshock

De stewardess knikt vriendelijk en zegt me gedag. Door de vliegtuigslurf bereik ik Schiphol en sluit ik de laatste etappe van mijn Kenia-reis af. Ditmaal hoef ik niet anderhalf uur bij de Keniaanse douane te wachten met een felgeel visumpapiertje in mijn hand geklemd. Zonder zenuwachtig mijn woordje bij een grensofficier te hoeven doen, scan ik mijn paspoort en hup, binnen een minuut laat het elektronische poortje mij Nederland binnen.

Na een hartelijk welkom van moeder en zus verlaten we de ring van Schiphol. Nog nooit heb ik bewust zo’n soepele rit zonder onverwachte potholes en niet-geasfalteerde wegen ervaren. Het Hollandse landschap dat langzaam in duisternis wordt gehuld, flitst voorbij. Waar zijn de houten kasten, grafstenen, kippen en geiten aan de kant van de weg? Ook de langs de weg dwalende mensen ontbreken; zelfs de enkeling die snel even een powernap in een stoffige berm doet, is nergens te bekennen.

Eenmaal in mijn Nederlandse bedje is de stilte oorverdovend. In plaats van de krijsende tree hyrax, gillende apen, tjirpende krekels en gegrom van god knows what hoor ik nu niets. Slechts een enkele auto in de verte. Zelfs het irritante muggengezoem waar ik de laatste maanden zo gewend aan ben geraakt is afwezig op mijn nieuwe, maar toch ook oude en vertrouwde slaapplek.

Tijd om de volgende ochtend de stad in te gaan. Nee, ik kan geen brommertaxi meer op iedere hoek van de straat nemen; ik zal toch echt de fiets moeten pakken. Dit betekent daarentegen geen bijna-dood ervaringen meer tijdens levensgevaarlijke inhaalmanoeuvres – het enige dat er lichtelijk bij in de buurt komt is een kleine botsing met een puber die headphones draagt. Met weemoed denk ik terug aan de keiharde muziek pompende matatu busjes die over de straten scheurden, met hilarische graffiti spreuken als ‘Bend Over’ en ‘God is my medicine’. Of de overal aanwezige boda boda’s die de meest bizarre vrachten vervoeren. Torens van eierdozen, gigantische watertanks en zelfs meerdere geiten en kippen: niets is voor de Kenianen te gek om achterop een brommer te binden. Ook is het enorme contrast tussen gigantisch omheinde villa’s en bedelende daklozen in dezelfde straat hier simpelweg niet aan de orde. Straten met rijtjeshuizen en zorgeloos spelende kinderen op straat dan weer wel.

De sterrenstatus in het openbaar waar ik inmiddels volledig aan gewend was geraakt, ben ik verloren. Opeens ben ik niet meer een mzungu bij wie de sky the limit is, maar een doodnormale Nederlander op weg naar de Albert Heijn. Ik ben weer incognito. Voor ik de supermarkt binnen ga, word ik niet gefouilleerd en ook mijn tas hoeft niet door een beveiligingsmachine. Ik mis de vriendelijke beveiliger die me “nice time!” toeroept.

De extreem zoute sukuma wiki en smaakvolle chapati met bonenprut maakt plaats voor een oerhollandse boterham met kaas en een westerse gerookte zalmsalade. Opeens kan ik voor een habbekrats weer allerlei internationale producten krijgen: zo kost mijn geliefde potje Nutella hier geen 10, maar 3 euro. Daar staat tegenover dat rijpe passievruchten en avocado’s zo groot als een volwassen mensenhoofd niet meer aan de orde van de dag zijn. Voor het eerste betaal je een fortuin, het tweede hebben we hier in West-Europa simpelweg niet. In de supermarkt struikel ik weer eens over mijn eigen voeten. Ik verwacht automatisch uit minstens drie hoeken “I’m sorry!” van wildvreemden te horen, maar herinner me dan dat ik in Nederland ben, waar random mensen zich niet verontschuldigen voor jouw onhandigheid.

Een antwoord op de veelgestelde vraag “Dat was zeker een totaal andere wereld, daar in Kenia?” van mijn Nederlandse vrienden is niet zo gemakkelijk te formuleren als ik tijdens mijn terugreis in het vliegtuig dacht. Deze volledig op rolletjes draaiende wereld is niet meer hetzelfde als voor ik vertrok. Of beter gezegd: ík kijk niet meer hetzelfde naar deze wereld als ik voorheen deed. Ik hou intens veel van mijn familie en vrienden hier, de georganiseerde gang van zaken, de Hollandse nuchterheid. Maar ik mis mijn nieuwe vrienden, de avontuurlijke weekendtrips, het onvoorspelbare van Kenia. Ik moet afkicken van de chaos.

De totaal bekende wereld is die totaal andere wereld geworden. Toch zal Nederland zonder twijfel binnen een aantal weken weer mijn nieuwe norm worden. Maar voor nu hoop ik stiekem dat ik zo lang mogelijk tussen twee werelden in limbo kan blijven. Niets slaat zo de spijker op de kop als de uitspraak “travelling changes your perception”.

extraRoos Haverman